| Terug naar de beginpagina. | Naar het overzicht in het kort. |
met katern van AWN
Deze pagina wordt elke keer aangevuld na het verschijnen van een nieuw tijdschrift en nieuwe artikelen die onze speciale aandacht hebben.![]() Het tijdschrift Archeologie in Nederland is de opvolging van de tijdschriften Westerheem en Archeobrief. Archeologie in Nederland verscheen eerder 5x per jaar, momenteel 4x per jaar met katern AWN-magazine, waarin veel publicaties te vinden zijn over recente archeologische opgravingen. Daarnaast vindt U op de website Archeologie on line meer berichten over de archeologie in Nederland. Het blad heet Archeologie in Nederland, maar te vaak houden de auteurs zich niet bezig met archeologische beschrijvingen, maar met het schrijven van geschiedenis. De vondsten op zich staan nooit ter discussie, wel de interpretaties ervan. In de artikelen hiernaast vind je talloze voorbeelden, waarbij de auteurs ook zelf ook de twijfel aan hun interpretatie aangeven. In de citaten hiernaast worden bij de vermeldingen van de bron de volgende afkortingen gebruikt: AiN=Archeologie in Nederland; AWN=Magazine, Archeologische katern. De cijfers en datum verwijzen naar het betreffende tijdschrift. AWN staat voor Archeologische Werkgemeenschap voor Nederland. Op de website AWN-Archeologie.nl vind je meer informatie en kun je alle nummers van Westerheem digitaal doorbladeren, lezen en met een simpele zoekfunctie doorzoeken. Archeologie in Nederland is de opvolger van Westerheem en Archeobrief die in december 2016 voor het laatst verschenen. In Westerheem dat 65 jaargangen heeft gekend vind je veel opmerkingen die de visie van Albert Delahaye bevestigen of aanvullen. Zie bij Westerheem. Voor Archeobrief geldt hetzelfde. Ook hierin vond je talloze artikelen die de visie van Delahaye bevestigden. Zie bij Archeobrief. ![]() We beperken ons op deze pagina tot de periode tussen de tijd van 56 v.Chr. tot 1200 n.Chr. en met name tot Nederland en Belgisch en Frans Vlaanderen. Veel bevindingen bevestigen de visie van Albert Delahaye en waar de nieuwe opvattingen in strijd lijken met die visie geven we relevant commentaar. Het woordgebruik in de artikelen geeft vaak al aan dat er de nodige twijfel bestaat omtrent de interpretatie van veel archeologische vondsten. Archeologie is immers interpreteren. Waar geschreven wordt in termen als 'mogelijk' of 'wellicht' zal onze conclusie dan ook zijn dat er geen bewijs voor de opvatting is en er dus feitelijk niets wordt toegevoegd aan de heersende opvattingen. De voorbeelden hiernaast spreken voor zich. Wat we ook scherp in de gaten houden is dat veel archeologische bevindingen gebaseerd zijn op de klassieke teksten. Als voorbeeld kunnen we de bevindingen in de Betuwe noemen. Zolang men er spreekt over Bataafse vondsten gaat men dus klakkeloos uit van de onbewezen opvatting dat de Bataven in de Betuwe woonden. En dat is met geen enkele tekst ooit aangetoond. Integendeel, de teksten plaatsen de Bataven duidelijk in Noord-Frankrijk. Zie daarvoor bij Bataven. ![]() Het moet steeds goed begrepen worden dat de aanwezigheid van de Romeinen in Nederland door Albert Delahaye allerminst wordt ontkend, wat hem desondanks te vaak verweten wordt. Het zijn niet de meest deskundigen die deze verwijten maken. Het staat wel vast dat de interpretaties van veel archeologische vondsten aan een grondige herziening toe zijn, zoals de naamgeving van de 'Romeinse plaatsen' in Nederland, met namen van de Peutingerkaart. Daar wordt ontzettend mee gegoocheld, terwijl die kaart gewoon onbetrouwbaar is. Zie bij de Limes en bij Peutingerkaart. Het Romeinse Noviomagus was dezelfde plaats als het Karolingische Noviomagus en blijkt niet Nijmegen te zijn maar de Franse stad Noyon. Waar vooral op gelet moet worden is de volgorde van de vondsten in de opgravingverslagen. Als er sprake is van vondsten uit de steentijd of Romeinse tijd die genoemd worden, blijkt daaruit te vaak dat er daarboven niets gevonden is uit de (vroege of late) Middeleeuwen. De oudste vondsten zitten uiteraard onder de jongere. Vindt men veel Romeins (zoals in Nijmegen) maar wordt er niets gevonden uit de Frankische tijd dat erboven moet zitten, dan blijkt dit gegeven meestal verzwegen te worden. Het toont in elk geval (zoals in Nijmegen) dat er geen continuïteit in bewoning heeft bestaan tussen de Romeinse tijd en de 12e eeuw. Zie bij Nijmegen, onterecht wel eens de oudste stad genoemd, wat eveneens een opvatting is gebaseerd op enkele hypothesen. Wat ook opvalt en nader beschouwd moet worden is het gebruik van bepaalde onbewezen aanduidingen of opvattingen bij opgravingen. Zo worden vondsten in de Betuwe te gemakkelijk 'Bataafs' genoemd en wordt iets te Nijmegen gevonden steeds als van 'Ulpia Noviomagus' gekwalificeerd. Dat de Bataven in de Betuwe woonden is, zoals hierboven aangegeven, een hypothese. En de naam Noviomagus voor Nijmegen is eveneens nooit aangetoond met enig bewijs. Het Ulpia Noviomagus was ook niet Nijmegen, maar Neumagen in Duitsland, waar (de latere keizer) Trajanus die de naam Ulpia voerde, stadhouder was. In Nijmegen is hij nooit geweest, ook al is daar een deel van een zuil gevonden die aan hem wordt toegeschreven. Artikelen waarin oude beweringen nog eens worden herhaald blijven buiten dit overzicht. Dat de archeologisch vastgestelde Romeinse nederzetting Castello Fectio geheten zou hebben (AM. nr.3 2017) is zo'n voorbeeld. De naam van dit Romeinse castellum is nergens door bewezen, ook niet door de Peutingerkaart, zoals altijd beweerd wordt. Daarop staat ook helemaal geen Fectio, maar Fletione, wat een andere plaats was. Uit veel geciteerde teksten kan opgemaakt worden dat de geschiedenis hard toe is aan een herschrijving. Te veel opmerkingen van de aangehaalde auteurs komen niet overeen met de traditionele opvattingen. Opvallend is dat Albert Delahaye van hen feitelijk gelijk krijgt ten aanzien van de transgressies, de onjuiste locatie van plaatsen en de continuïteit in de bewoning van veel gebieden en plaatsen die sterk betwijfeld wordt. ![]() Vanwege het overzicht en de leesbaarheid zijn alle artikelen (per jaar) genummerd. Deze nummering kan wijzigen door het tussenvoegen van nieuwe citaten. De professionele archeologie zou zich minder moeten gedragen als een elite met het alleenrecht om zich met archeologie bezig te houden, aldus Caranze Lewis in een artikel in 'Archeologie in Nederland nr.5, 2017'. Archeologie in Nederland zou, zoals de titel aangeeft, vooral over de Archeologie in Nederland moeten gaan. Het is dan wel opvallend dat men voor de voorbeelden steeds op buitenlandse situaties wijst, zoals in Duitsland, Engeland, België en Frankrijk. Blijkbaar geeft de Nederlandse bodem deze informatie niet, waarmee de 'bewijzen' toch sterk aan overtuiging inboeten. ![]() Archeologie in Nederland nr.4 van oktober 2019 geeft een inkijkje in een opmerkelijke opgraving in Nijmegen: De Bastei. Er wordt geschermd met tweeduizend jaar wonen, maar in het artikel blijkt duidelijk dat er een groot gat zit tussen de Romeinse tijd en de 12e eeuw. Van een Paleis van Karel de Grote hebben ze ook hier niets gevonden. Zie het artikel hiernaast.
|
De professionele archeologie zou zich minder moeten gedragen als een elite met het alleenrecht om zich met archeologie bezig te houden, aldus Caranze Lewis in een artikel in 'Archeologie in Nederland nr.5-2017.
De centrale vraag is: "Wanneer gaan historici en archeologen de consequenties eens trekken uit eigen publicaties?" Lees vooral de commentaren waaruit blijkt dat de bewijzen van de traditionele 'vaderlandse' geschiedenis uitermate zwak zijn. Te veel is gebaseerd op veronderstellingen en aangenomen opvattingen, ook in de archeologie. Niet de vondsten staan ter discussie, wel de interpretaties en conclusies ervan. 'Overigens zal het altijd wel een waagstuk blijven om een vindplaats alleen met een handje vol scherven op een halve eeuw te dateren'. Aldus W.A. van Es in "Romeinen, Friezen en Franken in het hart van Nederland". In het tijdschrift Archeologie in Nederland vindt men veel voorbeelden die de visie van Albert Delahaye onderschrijven. We geven die voorbeelden aan de hand van letterlijke citaten: de opmerkingen (in rood) spreken voor zich. De volgorde van verwerking in dit hoofdstuk is van de jongste uitgave (bovenaan) naar oudste uitgave (onderaan). We bespreken ook artikelen uit de Romeinse tijd, hoewel Romeins Nederland niet ontend wordt. Het heeft echter veel minder voorgesteld dan doorgaans wordt gehanteerd. Het is precies zoals W.A.van Es aangaf in "De Romeinen in Nederland': "Romeins Nederland is nimmer de eer van een Colonia waardig geacht". Dat de Romeinen dan al in het jaar 9, voordat ze hier aanwezig waren (sic!), omvangrijke waterstaatkundige werken zouden hebben aangelegd zoals de Kanalen (meervoud!) van Drusus, is dan ook een komplete farce. Lees daar meer over in Archeologie nr.3, 2022. Zouden historici en archeologen elkaars werk wel eens lezen en daaruit de vanzelfsprekende conclusies trekken? Verwijzingen naar de volgende jaargangen: jaargang 2025, jaargang 2024, jaargang 2023, jaargang 2022, jaargang 2021, jaargang 2020, jaargang 2019, jaargang 2018, jaargang 2017.
De visie van Albert Delahaye. ARCHEOLOGISCHE bevindingen. In onderstaande citaten geven we zoveel mogelijk de letterlijke tekst weer. Soms hoeft er uit een heel artikel maar één of enkele zinnen te worden aangehaald. Het hele artikel kunt U in de aangegeven bron desgewenst zelf nalezen. (Gebruikte afkortingen: AiN voor Archeologie in Nederland, met AWN-Magazine als bijlage; AoL voor Archeologie on Line.) Waar sprake is van een hypothese gaat het om een als voorlopige waarheid aangenomen maar nog te bewijzen veronderstelling. Archeologie in Nederland (nr. 4, okt.2019) toont de mythe van 2000 jaar bewoning in Nijmegen onweerlegbaar aan.
Archeologie in Nederland stopt met ingang van 2026 als uitgave van de AWN. Aan Archeologie in Nederland verandert niets. Het tijdschrift van 4 uitgaven per jaar wordt voortgezet door Matrijs Uitgeverij.
|

Directe aanwijzingen voor steenbouw ontbreken, zoals we die wel kennen aan de 'overkant', in het gebied tussen Maas en Waal. Bij Kessel-Lith, waar Maas en Waal het dichtst bij elkaar stromen (en wellicht met elkaar verbonden waren), lag vermoedelijk een ruraal centrum en handelsplaats? Tienduizenden baggervondsten en tientallen scheepswrakken wijzen op een Romeins en vroegmiddeleeuws centrum, mogelijk met wortels in de late ijzertijd.

1. de archeologische vondsten, die we zeker niet ontkennen. Het betreft steeds losse vondsten en dan is het belangrijk waar deze gevonden worden, door wie verloren of verstopt (?) en is er een relatie aantoonbaar met bewoning? Een vondst van bijv. een munt uit de 6de eeuw kan ook pas in de 9de eeuw of nog later verloren of verstopt zijn. Zo werden er Romeinse munten gevonden in Scandinavië, op het eiland Gotska Sandön, waar nooit een Romein geweest is. Zie afbeelding hiernaast. Kik op de afbeelding voor een toelichting. Munten zijn handelswaar en dat zijn sieraden ook. De verspreiding kan vaak met handel (of roof?) te maken hebben gehad, maar handel of roof door wie en met wie? En dan komen we al snel op punt 2: interpretatie of zelfs speculatie!
Kenhem, Kinhem, Ken- of Kinheim.
Kenhem of Kinhem enz. wordt in Nederland algemeen opgevat als Kennemerland. Kinhem wordt in de oorkonde van Folckerus uit 855 genoemd als "Kinhem 'in villa Obbinghem in Batua". Het is de plaats Hinges, op 3 km noord-west van Béthune. De interpretatie in Nederland met Kennemerland is een farce. Kennemerland ligt toch niet in de Betuwe? Hingis daarentegen ligt wel in het land van Béthune, dat bij Delahaye het land van de Bataven is. Van de 31 genoemde plaatsen of streken in de oorkonden van Folckerus blijken er 17 onbekend te zijn, wat een totaal is van 55% onbekend. Daarnaast zijn bij enkele locaties nog meerdere vraagtekens te zetten, vanwege het voorkomen ervan in andere oorkonden waar 'de Nederlandse plaats' tussen alleen maar Franse plaatsen genoemd wordt, zoals bij Flethetti, Felua en de Batua.
De opvatting Kennemerland is een nooit bewezen opvatting,ontstaan door het 'terugredeneren' vanuit laat middeleeuwse opvattingen. Met de eerste graven van Holland waarvan de bronnen pas beginnen in 1038, wordt vanaf 1101 de naam Holland voor het eerst vermeld en daarna begint ook 'Kennemerland' geleidelijk in de documentatie te verschijnen. Voor de vroegere periode bestaan wel oorkonden die in de twaalfde eeuws zijn vervalst in Echternach. Echternach claimde met die vervalste (of niet begrepen) oorkonden 24 kerken in Holland. Een claim die door de graven van Holland werd weerlegd en dus niet doorging. Daarna keerde Echternach de blik op Brabant, waar het op vier plaatsen voet aan de grond kreeg. Zie de kerken in Brabant. In de hele rij plaatsnamen van de twaalfde eeuwse vervalste oorkonden uit Egmond, dat een goederenlijst van het bisdom Traiectum van rond 870 blijkt te zijn, komen een paar namen voor die een beetje op Kennemerse plaatsnamen lijken. Utrecht verwierf pas in de twaalfde eeuw vanuit Egmond een afschrift van deze goederenlijst die uit Gent kwam, maar oorspronkelijk uit Abbeville kwam. De 120 plaatsnamen uit de goederenlijst uit 870 blijken niet met enige redelijkheid in Holland of Utrecht of verdere omgeving geplaatst te kunnen worden. Deze documenten werden wél kritiekloos op Kennemerland van toepassing verklaard; ze vormen vervolgens de kapstokken waaraan de ondertussen wat aangenomen vroeg-middeleeuwse voorgeschiedenis wordt opgehangen. Met de doublurelogie van plaatsnamen kwam ook St.Adelbert abusievelijk in Noord-Holland terecht.
Het volgende punt is de interpretatie van archeologische vondsten, dat verduidelijkt kan worden met de gouden hanger uit de late 6de, vroege 7de eeuw, gevonden op Texel (zie afbeelding hiernaast). De datering is al een discussiepunt, immers die is gebaseerd op geschreven bronnen en de indelin die Joseph Scaliger ooit gemaakt heeft, al wordt dat er nooit bijvermeld.



Hoe mensen duizend jaar geleden in Nederland leefden, weten we vooral door opgravingen. De teruggevonden nederzettingen uit de tiende en elfde eeuw zijn relatief klein. Ze bestaan uit een paar boerderijen, soms zelfs maar één, met een aantal bijgebouwen. Het lijkt erop dat zo'n erf elk één familie huisvestte. Per groepje waren de boerderijen omheind en soms omgreppeld.
Jasper de Bruin bespreekt in dit artikel de Romeinse inscriptie die gevonden zijn in Vechten en die op een tentoonstelling in het Rijksmuseum van Oudheden te bewonderen zijn (zie ook het hierna volgend punt 2). Er is ook een boekje over verschenen (zie afbeelding hiernaast).
Afbeelding hiernaast: De drie versierde Romeinse helmen, gevonden in en nabij het Romeinse fort Vechten, die te bezichtigen zijn in het Rijksmuseum van Oudheden tot en met oktober 2024.
De verdediging tegen de Noormannen is een lachertje en duidelijk ingegeven door historische opvattingen. Alsof de Noormannen zich lieten tegenhouden door een wal van 1 á 2 meter hoog. Ze hebben wel voor hetere vuren gestaan. Zie foto hiernaast van een reconstructie van de vliedberg in Burgh-Haamstede. Overigens is van plunderingen door Noormannen in Nederland archeologisch nooit iets aangetoond: niet in Nijmegen, niet in Utrecht of Wijk bij Duurstede (Dorestad ?), Deventer en ook helemaal niet in Holland of Friesland. Blijkbaar hebben de Noormannen bij het terugtrekken alles netjes opgeruimd, zoals prof.dr.W.A. van Es en prof.dr.F.Hugenholtz ooit beweerden. Dit is dus de verklaring van professoren bij het totaal ontbreken van relicten van de Noormannen. Wanneer professoren die in de knel zitten, met zulke infantiele uitvluchten aankomen, moeten zij in het belang van de wetenschap recht in zijn gezicht gezegd krijgen dat ze beneden niveau bezig zijn. Van Es en Hugenholtz erkennen hiermee in elk geval dat er in Nederland niets van de Noormannen gevonden is en zij geven Delahaye dus (waarschijnlijk onbedoeld) gewoon weer gelijk! Maar dat zullen Van Es en Hugenholtz wel niet begrepen hebben, dat ze Delahaye gelijk gegeven hebben. En als er archeologisch niets van de Noormannen gevonden is, zijn ze er dus ook nooit geweest!
Nadat Jan Verhagen de historische wereld versteld liet staan met zijn conclusie dat Romeins Nijmegen Castra Herculis was (en dus niet Noviomagus) volgt er een nieuw onderzoek van hem.
In Herwen-Hemeling, dichtbij de grens met Duitsland, is een uitzonderlijk compleet Romeins heiligdom ontdekt. Hier hebben Romeinse soldaten van het begin van de eerste eeuw tot het einde van de derde eeuw tot hun goden gebeden. Hoe weet men dat? Of is het slechts een hypothese?
Het werd in de media aangekondigd als een grootse en belangrijke ontdekking, ook al noemde men dat aanvankelijk 'een interpretatie' en was de vindplaats als heiligdom 'aannemelijk'. Andere vondsten zouden het daarna bevestigd hebben. Om de vindplaats te verklaren werd enkele hypothesen gesteld, zoals dat 'de Rijn in die tijd een andere loop gehad heeft' en 'ergens in de buurt moet dan ook de Limesweg gelegen hebben'. Een dergelijke vicus moet ook bij het naastgelegen Carvium hebben gelegen.|
Interessant in dit artikel is wat over andere tempels is geschreven. Het maakt heel veel duidelijk over wat werkelijk gevonden is en welke interpretaties of aannamen in de tradities terecht zijn gekomen. Hoe past de tempel van Herwen binnen het geheel van Romeinse heiligdommen die in Nederland bekend zijn? Zie de tekst in het kader in de linker kolom. |
In dit artikel van Jan van Doesburg worden dateringen van bepaalde typen aardewerk gegeven.
Op het eerste gezicht lijkt Karolingisch aardewerk een betrekkelijk overzichtelijke aardewerkgroep, schrijft Van Doesburg. Je hebt aan de ene kant handgevormd aardewerk en anderzijds op de draaischijfvervaardigde keramiek. Bovengeschetst beeld is evenwel niet helemaal juist. Al in de Karolingische tijd komt aardewerk met verfbeschildering voor. In dit artikel wordt ingegaan op deze bijzondere aardewerkgroep. Hierover is nog weinig geschreven, niet alleen in Nederland, maar ook in de ons omringende landen. Dat komt omdat het bij opgravingen slechts mondjesmaat wordt gevonden. In Nederland kennen we de grootste aantallen uit de Dorestadopgravingen in Wijk bij Duurstede. Van Doesburg wijst er ten slot nog op dat Karolingisch beschilderd aardewerk ook in delen van Frankrijk dergelijke waar is gemaakt. Het kan dus voorkomen dat het geen pot is uit Eckdorf-Pingsdorf of Mayen, maar eerder een Frans product.
Opmerking: bij de datering van Karolingisch aardewerk is sprake van een cirkelredenering. Het gevonden aardewerk in Dorestad bijvoorbeeld, wordt gedateerd op de vermelding van Dorestad in de schriftelijke bronnen. Maar als die schriftelijke bronnen onjuist worden toegepast, is ook de datering van het aardewerk onjuist. Als de gevonden nederzetting in Wijk bij Duurstede niet Dorestad was, maar Munna, moet ook het aardewerk een eeuw later gedateerd worden. Als eerste moet dan ook bewezen worden of de gevonden nederzetting in Wijk bij Duurstede wel Dorestad was. En dat is nog nooit bewezen, sterker, zelfs opgraver W.van Es komt terug op zijn voorbarige conclusies, ofwel, zoals hij het zelf verwoordde: "een strikt bewijs is niet gevonden".
|
Cultureel Erfgoed. De Neder-Germaanse Limes werd in 2021 bestempeld als Cultureel Erfgoed. Dat terwijl er NIETS van te zien is in Nederland. We kunnen ons er maar niet te druk om maken, zolang ook carbidschieten op die lijst van Cultureel Erfgoed staat. De Neder-Germaanse Limes ligt blijkbaar op het zelfde niveau als carbidschieten, waar, na die doffe knal, ook niet meer van over blijft. Maar wat versta je onder Cultureel Erfgoed? Is de bezetting van ons land door de Romeinen Cultureel Erfgoed? De Romeinen waren 'de plunderaars en rovers van deze wereld' zoals Tacitus dat eens omschreef. De Romeinen moorden hele volksstammen uit, handelden in slaven en verheerlijkten ellende, onderdrukking, moord en doodslag. Voor hen waren gladiatorengevechten tot de dood erop volgde, volksvermaak. De Romeinse maatschappij was gebaseerd op slavernij. Meer dan 200 miljoen slaven hebben het Romeinse rijk opgebouwd. Is dat Cultureel Erfgoed? Is de bezetting van ons land in W.O.2 door Duitsland Cultureel Erfgoed? Is het bombardement op Rotterdam in 1940 Cultureel Erfgoed? Is het slavernijverleden van Nederland Cultureel Erfgoed? Is de Beeldenstorm of de Inquisitie Cultureel Erfgoed? Zou dan de bezetting door de Romeinen van half Europa (ook al is het langer geleden) wel Cultureel Erfgoed zijn? Degene die zo graag 'Romeintje' of 'Vikinkje' spelen, verheerlijken ellende, onderdrukking, uitbuiting, moord en doodslag. |
In de late negende eeuw zijn in het westelijk deel van Zeeland vijf ringwalburgen aangelegd: bij Domburg, Middelburg en Souburg op Walcheren, bij Oostburg in Zeeuws-Vlaanderen en bij Burgh op Schouwen (zie afbeelding rechts). Het zijn waarschijnlijk vluchtburchten waar de lokale bevolking zich terugtrok tijdens de invallen van de Noormannen, die kort na 800 begonnen. Pas rond het jaar 1000 kwam een eind aan deze plundertochten, die ook Schouwen zullen hebben getroffen. Op het slotterrein zijn ook menselijke begravingen gevonden. Drie graven dateren zelfs van tussen 675 en 775 en stammen daarmee dus van vóór de Vikingaanvallen. Het verhaal over die vluchtburchten, beter is te spreken van vluchtburgen, is een algemeen aanvaarde mythe en nergens op gebaseerd. Die dienden niet om de Vikingen buiten te houden, die lieten zich immers door een dam van 2 meter hoog niet tegenhouden. Volgens deze opvatting zouden de Vikingen in Nederland alleen in Zeeland geplunderd hebben. Wat viel daar aan prooi en rijkdom te halen? Wat wel tegengehouden werd was het water: het waren de eerste deltawerken van Zeeland. Ze dienden om de bevolking te beschermen bij hoogwater en/of springvloed en bevestigen daarmee het bestaan van transgressies. Lees meer over Domburg en Colijnsplaat.

De volgende citaten spreken voor zich. Toch geven we enig commentaar (in rood) om het achterliggende probleem aan te geven. (Rechts een kaartje van het getijdegebied (groen) en het veenmos (bruin) in Zuid-Holland en de onderhavige problematiek (zie de citaten hieronder).
![]() Tekening van H.van Schuylenburch uit 1651 van de vondst van de Nehalennia altaarstenen op het strand bij Domburg (op de achtergrond). |
Commentaar: Ook hier worden dezelfde hypotheses gesteld. Associëren is 'in verband brengen met' ofwel 'verzinnen'. Er is geen enkel bewijs dat de Vikingen in Holland zijn geweest, laat staan het als uitvalsbasis gebruikten. Is het nu een ring uit de 9e, 10e of 11e eeuw?. Duidelijk en bewezen is in elk geval dat na het jaar 925 er geen Viking plundertochten meer hebben plaats gevonden. Overigens is het gebruik van het woord Vikingen onjuist als het over de Northimannen gaat. Zie verder bij Noormannen
Overigens kan een ring van 25 mm doorsnee best als vingerring gediend hebben of als ring aan een duim. Niet elk mens heeft ranke vingers! Ringmaten bij elke juwelier gaan tot 24 mm. Een woeste Viking kan best dikkere vingers hebben gehad. Of was het een ring ter versiering van een staf of wapen? Zie afbeelding hiernaast van Gandalf uit 'In de ban van de Ring' (rechts). Een ring van 25 mm doorsnee is echt niet uitzonderlijk, die vind je in elk huishouden, meestal als sleutelring (zie voorbeeld links uit eigen bezit). Deze ring past bij mij prima om mijn duim! Was het dus gewoon een duimring? Zie ook hierboven de overeenkomst tussen een duim en een inch. Lees ook wat er bekend is over duimringen
Groningen in de vroege middeleeuwen. Nieuwe inzichten door onderzoek Grote Markt. (AiN nr.2, april 2019). Jasper Huis in 't Veld, Bert Tuin en Gert Kortekaas.
De Friezenkerk in Rome heeft, anders dan de naam doet vermoeden, niets met Nederlands Friesland te maken.
![]() De kerk is gesticht vanuit de 'schola Frisonum'. Schola betekent niet school, maar kolonie. De kolonie van Fresones waren pelgrims die uit Vlaanderen kwamen, uit het oude Frisia. Dat de kerk nu geclaimd wordt als 'vanouds Fries bezit' is dezelfde mythe als die van Bonifatius die in Dokkum vermoord zou zijn (niet door de Friezen, maar de Groningers zouden dat gedaan hebben). Met de in de oudste akten uit de 9e eeuw als 'Friesche ridders' voorgestelde Ilderado de Groninga, Leomot de Stavera en Celdui ancilla de Slinga, wordt de klassieke fout gemaakt deze te identificeren met de plaatsen Groningen, Staveren en Stellinga. Het is chronologisch onmogelijk de plaatsnamen Groningen en het uitzonderlijke Slinga, om van Staveren maar te zwijgen, hiermee te identificeren. Deze plaatsen bestonden niet in de 9e eeuw. Het gaat hierbij om de Vlaamse plaatsen Grenega (ook bekend als Groeninghe), Stauria (Estaires) en om de 'Sliviacas oras' (de Slavische kust) boven Boulogne-sur-Mer. Een relict van de naam is bewaard gebleven in de plaatsnaam Saint-Martin-des-Sclives, een oud dorpje bij Sangatte. Deze naam is gedoubleerd naar Schleswig in Duitsland. Ja, als je alles tot op de bodem uitzoekt, zijn de deplacements historiques (zie daar) frappant. Vergelijk hier ook even Groeninghe met Groningen en Lewarde met Leeuwarden! In heel Westfriesland, Friesland en Groningen zijn meer dan 300 plaatsen te vinden die een gelijknamig broertje of zusje hebben in Frans-Vlaanderen. De hele lijst vindt U in de Ware Kijk Op p.443-p.465. Naast plaatsen met exact dezelfde naam, zijn er ook veel plaatsen die onder invloed van de taal wel een wijziging in schrijfwijze hebben ondergaan, maar qua uitspraak of betekenis hetzelfde zijn. |
Volgens Buijtendorp was de Brittenburg een castellum van bovengemiddelde omvang met aangrenzend een militair kampdorp. Het fort lijkt langer in gebruik te zijn geweest dan van andere voorbeelden uit het Hollandse kustgebied tot nu toe bekend was.
Onderzoek van het aan de Brittenburg toegeschreven materiaal zorgde volgens Buijtendorp echter voor verrassingen. Veel bekende vondsten blijken nu met zekerheid niet in of bij de Brittenburg te zijn gevonden, of hebben op zijn best een dubieuze herkomst. Daaronder ook de enige bewaard gebleven munt, herontdekt in het onderzoek van Buijtendorp: een op het Europese continent zeer zeldzame 'gouden' stater met op de voorzijde een paard en de afgekorte naam van de Britse koning Cunobelinus (1043 na Christus) en op de keerzijde een korenaar en de afkortingvan de muntplaats Camulodunum (Colchester). Een vervolgstap zal zijn het beter in kaart brengen van de resten van de Oude Rijn vlak voor de kust van Katwijk, waarvan sinds de Romeinse tijd langzaam maar zeker een kilometer is weggeslagen.
De belangrijkste bevindingen.....
|
| Terug naar de beginpagina. | Naar het overzicht in het kort. |